ProofDigest

De bewijsladder

Bij elke studie in dit archief staat één cijfer van 1 tot 5. Dat cijfer zegt hoe zwaar het bewijs weegt — niet hoe goed het nieuws is.

5 Herhaald bewijsMeerdere studies bij mensen samengevat in één analyse. Wat hier uitkomt, is niet het resultaat van één onderzoeksgroep of één toevalstreffer.
Slotzin op de studiepagina: “Dit staat vast”
4 Grote gecontroleerde studieEén gecontroleerde proef bij mensen met honderd deelnemers of meer: er was een vergelijkingsgroep, en de groep was groot genoeg om iets te betekenen.
Slotzin op de studiepagina: “Dit werkt aantoonbaar”
3 Kleine studie op mensenOnderzoek bij mensen, maar klein of zonder vergelijkingsgroep. Genoeg om iets te vermoeden, te weinig om iets te beloven.
Slotzin op de studiepagina: “Eerste aanwijzingen”
2 DierstudieOnderzocht bij dieren. Ook als de uitkomst mooi is: de meeste stoffen die bij muizen werken, doen bij mensen niets.
Slotzin op de studiepagina: “Muizen zijn geen mensen”
1 LaboratoriumOnderzocht op cellen in een schaaltje. Hier begint alles, en het meeste komt niet verder.
Slotzin op de studiepagina: “Nog niets voor u”

Wie het cijfer geeft

Geen taalmodel, maar een vaste regel. PubMed legt bij elk artikel vast wat voor soort onderzoek het is en of het bij mensen, dieren of cellen werd gedaan. Dat oordeel komt van de National Library of Medicine en niet van ons; wij vertalen het naar de ladder hierboven.

Eén regel gaat vóór alle andere: bij wie het onderzocht is, telt zwaarder dan hoe het onderzocht is. Een meta-analyse van dierproeven is een meta-analyse — en gaat over muizen. Die krijgt hier niveau 2 en niet niveau 5. Precies op dat verschil wordt in deze markt geld verdiend.

Wat er niet in staat

Overzichtsartikelen dragen geen eigen bewijs; die horen in een kennisbank en niet in dit archief. Onderzoek bij kinderen, zwangeren, topsporters of ziektegroepen die niets met de vraag te maken hebben, valt af. En waar de machine het niet zeker weet, krijgt een studie géén cijfer in plaats van een gegokt cijfer.